De betekening doet de termijnen lopen om een rechtsmiddel in te roepen

13-02-2022

Een gevolg van de betekening van een vonnis is het starten van de termijnen om een rechtsmiddel in te stellen. In een geschil tussen een aannemer en een bouwheer wenste de eerste beroep in te stellen. Dit beroep was echter ondanks de verlenging van de termijn wegens covid laattijdig want niet binnen de maand vanaf de betekening ingesteld. Maar, zo zegt de aannemer, als mij het vonnis werd betekend door de gerechtsdeurwaarder stond in die betekening niets vermeld over mijn mogelijkheden om een rechtsmiddel in te stellen. Als de griffier echter de kennisgeving doet per gerechtsbrief worden die mogelijkheden wel vermeld. Dat is discriminatie.

Art. 43 van het Gerechtelijk wetboek somt de verplichte vermeldingen op van een exploot van betekening. Het vermelden van de mogelijke rechtsmiddelen en de termijnen om deze in te stellen maakt hier geen deel van uit.

In het arrest van het grondwettelijk hof van 10.02.2022 wordt gezegd voor recht dat art 43 van het Gerechtelijk wetboek daarom een schending uitmaakt van art.6 van het EVRM, en de toegang tot de rechtbank door de rechtzoekende belemmert. Het Hof oordeelt dat de wetgever dit moet aanpassen. De betekening bij gerechtsdeurwaardersexploot vormt de algemene regel. Alleen bij wet kan er van deze manier van kennisgeven worden afgeweken, bijvoorbeeld door het versturen (per mail) van een gerechtsbrief. Dit laatste gebeurt in zaken i.v.m. de sociale zekerheid en adoptie. In die gevallen wordt de betekende partij minder goed ingelicht dan bij een betekening maar wél beter ingelicht voor wat betreft de mogelijkheden om een rechtsmiddel aan te wenden.

Het niet vermelden van de mogelijkheid om beroep of verzet aan te tekenen in het exploot van de betekening zou dus een nietigheid worden. Dus niet alleen in de gerechtsbrief maar ook in de betekening per gerechtsdeurwaardersexploot zullen in de toekomst de rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld en de benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om er kennis van te nemen vermeld worden.

Naar aanleiding van dit arrest lijkt het in eerste instantie nodig om net zoals bij de betekening in strafzaken de betekende partij behoorlijk in te lichten. Maar volstaat dit wel? De toelichting die wordt meegegeven bij de betekening in strafzaken is niet door iedere rechtsonderhorige even goed te begrijpen. Er dient ernaar gestreefd te worden dat de uiteenzetting over de mogelijke rechtsmiddelen die ter beschikking staan van de betekende partij die in de akte van betekening van de vonnissen zal dienen toegevoegd te worden, duidelijk en in klare en eenvoudige taal is opgesteld.

Wij kijken uit naar de aanpassingen die de wetgever zal doen in dit kader. Wij zijn het in elk geval eens met het grondwettelijk hof waar het stelt : 'de vermelding van het bestaan van rechtsmiddelen in de betekening van een jurisdictionele beslissing is een essentieel element van het algemeen beginsel van behoorlijke rechtsbedeling en van het recht van toegang tot de rechter'.

Het doel zélf van de betekening is het behoorlijk informeren over een beslissing, daar staan we 200% achter.

Laat ons hopen dat de wetgever dit op een eenvoudige en praktische manier invult en dat de rechtsonderhorige hierdoor beter wordt geïnformeerd.

Art. 792.[">1 Binnen vijf dagen te rekenen van de uitspraak van de beslissing geeft de griffier, zowel in burgerlijke als in strafzaken, kennis van een niet ondertekend afschrift van de beslissing aan elke partij of, in voorkomend geval, aan hun advocaten. Die kennisgeving doet de termijn om een rechtsmiddel aan te wenden niet lopen. Zij gebeurt op elektronische wijze aan het professioneel elektronisch adres van de advocaat of, indien het een partij betreft die zonder advocaat is verschenen, aan het gerechtelijk elektronisch adres van die partij, of, bij gebreke daaraan, aan het laatst elektronisch adres dat die partij heeft verstrekt in het kader van de rechtspleging. Indien bij de griffier geen elektronisch adres gekend is, of indien de kennisgeving aan het elektronisch adres kennelijk niet is geslaagd, gebeurt de kennisgeving bij gewone brief.]">1

(In afwijking van het vorige lid, voor de zaken opgesomd in artikel 704, (§ 2), (alsook inzake adoptie) brengt de griffier binnen de acht dagen bij gerechtsbrief het vonnis ter kennis van de partijen.

Op straffe van nietigheid vermeldt deze kennisgeving de rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld evenals de benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om er kennis van te nemen.)

(In de gevallen, bepaald in het tweede lid, zendt de griffier een niet-ondertekend afschrift van het vonnis, in voorkomend geval, aan de advocaten van de partijen of aan de afgevaardigden bedoeld in artikel 728, § 3.)

Art. 46 Ger.w.[">3 § 1.]">3 [">1 In de bij de wet bepaalde gevallen, zorgt de griffier of, in voorkomend geval, het openbaar ministerie ervoor dat de kennisgeving bij gerechtsbrief geschiedt.]">1

[">3 In geval de gerechtsbrief in gedrukte vorm wordt bezorgd, wordt de brief door de postdiensten ter hand gesteld aan de geadresseerde in persoon of aan diens woonplaats zoals bepaald in de artikelen 33 tot 35 en 39. De persoon aan wie de brief ter hand wordt gesteld, tekent en dateert het ontvangstbewijs dat door de postdiensten aan de afzender wordt teruggezonden. Het ontvangstbewijs in gedrukte vorm kan vervangen worden door een ontvangstbewijs in elektronische vorm. Weigert de persoon te tekenen of te dateren, dan maken de postdiensten van die weigering melding onderaan op het ontvangstbewijs of door middel van een elektronische toepassing in geval van een elektronisch ontvangstbewijs.]">3

Ingeval de gerechtsbrief noch aan de geadresseerde in persoon noch aan diens woonplaats ter hand kan worden gesteld, [">3 wordt daarvan een bericht achtergelaten in de brievenbus]">3. De brief wordt gedurende acht dagen [">3 op de plaats aangewezen op het bericht]">3 in bewaring gehouden. Hij kan tijdens die termijn afgehaald worden door de geadresseerde in persoon of door de houder van een schriftelijke volmacht.

Wanneer evenwel de geadresseerde van de gerechtsbrief om de terugzending van zijn briefwisseling heeft verzocht of hij de bewaring ervan op het postkantoor heeft gevraagd, wordt de brief tijdens de periode die door het verzoek wordt gedekt, terug gezonden naar of bewaard op het adres dat de geadresseerde heeft aangewezen.

De aan een gefailleerde geadresseerde brief wordt aan de curator ter hand gesteld.

De Koning regelt de wijze waarop [">3 de leden 2 tot 5]">3 worden toegepast.

[">3 § 2.]">3 De Minister tot wiens bevoegdheid (DE POST) behoort, bepaalt het formaat en de dienstaanwijzingen die op de omslag en op het ontvangstbewijs moeten voorkomen.

Ligt de plaats van bestemming in het buitenland, dan wordt de gerechtsbrief vervangen door [">3 een aangetekende zending]">3, onverminderd de wijzen van overbrenging bij de internationale overeenkomsten bepaald.

[">3 § 3.]">3 Wanneer een eisende of verzoekende partij zulks verlangt in het exploot van rechtsingang of in het verzoekschrift, hetzij schriftelijk en ten laatste op het ogenblik van de eerste verschijning voor de rechter, worden de kennisgevingen bij gerechtsbrief evenwel vervangen door betekeningen, verricht op verzoek van de partij wie de betekening toekomt.


Art. 43.[">2 Het exploot van betekening moet]">2 door de optredende gerechtsdeurwaarder ondertekend zijn en vermelden:

1° de dag, de maand en het jaar, en de plaats van de betekening;

2° [">1 de naam, de voornaam [">3 ...]">3, de woonplaats en, in voorkomend geval, het gerechtelijk elektronisch adres of het adres van elektronische woonstkeuze, de hoedanigheid en de inschrijving in de Kruispuntbank van ondernemingen van de persoon op wiens verzoek het exploot wordt betekend;]">1

3° [">1 de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats en, in voorkomend geval, het gerechtelijk elektronisch adres of adres van elektronische woonstkeuze en de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is;]">1

4° (de naam, voornaam en, bij voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon aan wie afschrift ter hand gesteld is, of in het geval bedoeld in artikel 38, § 1, het achterlaten van het afschrift, of in de gevallen bedoeld in artikel 40, de afgifte van het exploot op de post;) <W 1985-05-24/30, art. 3, 002>

5° de naam en de voornaam van de gerechtsdeurwaarder en het adres van zijn kantoor;

6° de omstandige opgave van de kosten der akte.

De persoon aan wie het afschrift wordt ter hand gesteld, tekent het origineel voor ontvangst. Weigert hij te tekenen, dan maakt de deurwaarder daarvan melding in het exploot. 

Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin